Uitleg Markemodel in vier minuten

Over het model

Van regels naar resultaat

Het Markemodel is een sturingsmodel, dat heel goed ingezet kan worden om doelsturing in een regionaal gebied effectief in te zetten. Er wordt niet gestuurd op starre voorschriften (middelsturing), maar op concrete doelen die boeren, private en publieke partijen in het gebied sámen afspreken. Geborgd door meetbare KPI’s (Kritische Prestatie Indicatoren). Zo krijg je gedragen beleid vanuit de menselijke maat en onderling vertrouwen.

A. Dialoog

De basis  van het model is de horizontale dialoog tussen de Boerenraad en de Markeraad, mooi verbeeld in de afbeelding hierboven. In plaats van opgelegde regels van bovenaf, maken boeren en gebiedspartijen samen afspraken over de regionale doelen en de benodigde randvoorwaarden. Deze gelijkwaardige samenwerking herstelt de menselijke maat en daarmee het onderlinge vertrouwen.

B. Doelsturing in het gebied

Het Markemodel  stuurt niet op middelen, maar op resultaat. Aan de hand van 11 Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) op de thema’s Lucht, Water en Land, wordt de impact van een bedrijf op zijn omgeving meetbaar gemaakt. Dit geeft de boer de vrijheid om zijn of haar vakmanschap in te zetten en zelf te bepalen hoe hij of zij de afgesproken doelen op zijn of haar erf realiseert.

C. Gestapelde beloningen en borging

Vakmanschap verdient waardering.  Boeren die bovenwettelijke prestaties leveren, worden beloond via een systeem van gestapelde financiële vergoedingen afkomstig van de verschillende partners verenigd in de Markeraad. Voor melkveehouders wordt hun KringloopWijzer als objectief monitoringsinstrument gebruikt, om de voortgang transparant en feitelijk vast te leggen.

D. Slim, samenhangend sturingsmodel

Het Markemodel verbindt alle losse puzzelstukjes tot één integraal systeem. Door publieke en private doelen slim te combineren, ontstaat een samenhangend geheel dat de bureaucratie vermindert en de verdere verduurzaming versnelt. Het is een lerend systeem, dat zich continue aanpast aan de praktijk en regionale opgaven.

De 4 hoofdpijlers

Het Markemodel is een slim en goed doordacht sociaal sturingsmodel, waarmee boeren met gebiedspartijen sámen tot afspraken kunnen komen. Geen rapport of lijst met intenties, maar gebiedsdoelen uitgedrukt in KPI’s met streefwaarden. Waarmee boeren, ieder op zijn of haar eigen wijze, aan de slag gaan. En waarbij de voortgang wordt gemonitord, zodat er bewezen duurzame vooruitgang wordt geboekt. Hiernaast lees je welke vier pijlers de basis vormen van het Markemodel.

Veelgestelde vragen

In essentie is het Markemodel eenvoudig: boeren en gebiedspartijen gaan in dialoog met elkaar en komen tot gebiedsafspraken. Maar om daartoe te komen is een gelaagd sturingsmodel onontbeerlijk. En dat maakt het in de uitvoering natuurlijk wel complexer. Bijgaand staan de meest gestelde vragen en antwoorden over het Markemodel. Staat jouw vraag er niet bij of begrijp je nog iets niet goed? Neem gerust contact op. Zo worden we sámen wijzer!

Voor wie is het Markemodel?

Voor iedereen die in elk gebied in Nederland, of daarbuiten, aan de slag wil met integrale doelsturing. Het Markemodel is namelijk ontworpen als universele blauwdruk voor gebiedsgerichte verduurzaming van de landbouw. Of het nu gaat om een al bestaand regionaal collectief, dat graag verdere stappen wil zetten. Of een gebied waarin nog geen gezamenlijk initiatief bestaat om samen te komen tot verdere verduurzaming. Iedereen kan direct aan de slag met dit bewezen sturingsmodel. Heb je interesse? Stuur dan een mail naar info@dmgelderland.nl en wij helpen je verder. Zodat ook jij aan de slag kunt met dit bewezen sturingsmodel!

Wat is de relatie van het Markemodel met doelsturing?

Doelsturing is een belangrijk instrument binnen het Markemodel. Maar het is geen doelsturingsmodel. De systematiek – gebaseerd op de dialoog tussen de boeren, verenigd in de Boerenraad, en de publieke (eisende) en private (vragende) partijen verenigd in de Markeraad – is bedoeld om als gebiedspartijen samen te bepalen wat de doelen/opgaven zijn in het gebied. Om die vervolgens te vertalen in KPI’s met streefwaarden, die in de tijd langzaam aangescherpt worden. Waarmee boeren aan de slag kunnen en elk op hun eigen manier kunnen voldoen aan die doelen waar ze zelf ook achterstaan.

Wat is de relatie tussen Doelsturing Melkveehouderij Gelderland en het Markemodel?

Doelsturing Melkveehouderij Gelderland (afgekort DMG) is het vervolg op de GLB-pilot van het Markemodel in 2022 – 2024 in twee gebieden: Winterswijk en ’t Klooster. Dat bleek zo succesvol dat is afgesproken dit verder uit te rollen in Gelderland onder de naam Doelsturing Melkveehouderij Gelderland. Op maandag 23 maart 2026 vond de Dealdialoog plaats, waarna DMG formeel van start is gegaan. Zie verder op deze site: Uitrol Gelderland

Hoe wordt gemeten of de afgesproken gebiedsdoelen daadwerkelijk worden gehaald?

Het vaststellen van gebiedsdoelen, uitgedrukt in streefwaarden per KPI, begint met het doen van een nulmeting. Deze wordt gedaan aan de hand van de  kringloopwijzers van alle deelnemende melkveehouders in een bepaald jaar (of het gemiddelde van een aantal jaren). Op deze manier wordt per KPI een startwaarde vastgesteld, zeg maar het beginpunt. Nu is het de bedoeling een duurzame beweging te creëren. Dus naarmate een melkveehouder hoger scoort dan de startwaarde, krijgt hij meer punten. En uiteindelijk is het aantal punten bepalend voor de beloning die hij krijgt. Aan het eind van elk jaar wordt het net opgehaald en worden de KPI-scores van alle individuele deelnemers bepaald. Daarna kan worden bepaald of de streefwaarde, die is vastgesteld voor dat jaar, is gerealiseerd. Als dat zo is, zijn de doelen voor dat jaar gehaald. Het kan dus zo zijn dat de score van een aantal KPI’s hoger is dan de streefwaarde, gelijk is aan de streefwaarde of dat de streefwaarde niet wordt gehaald. Uiteindelijk gaat het erom dat vanuit de integrale aanpak, stapsgewijs de doelen worden gerealiseerd en er geborgd en onderbouwt duurzaamheidsstappen worden gezet.

 

Hoe worden boeren beloond voor extra prestaties die ze leveren?

Bijgaand Rekenvoorbeeld beloning van de beloningssystematiek geldend in de regio Winterswijk, een van de vijf gebieden binnen Doelsturing Melkveehouderij Gelderland, maakt dit mooi duidelijk. In het blok ‘Boer X’ staan de scores op de 11 KPI’s gerealiseerd in 2026. In de eerste kolom staat de score in de eenheid die de kringloopwijzer hanteert. Bij de KPI broeikasgassen realiseerde boer X in 2026 een score van 750 gram. Nu wordt elke KPI-score omgerekend in een aantal punten op de schaal van 1 – 5. In het laatste blok, ‘Drempelwaarden kpi-scores voor punten’ staan de drempelwaarden die gelden voor 2026. Bij een broeikasgassen-score gelijk of lager dan 743 gram, krijgt de boer 5 punten. Een score tussen de 743 en 765 is goed voor 4 punten, enzovoort. Voor de broeikasgasscore van 750 gram krijgt boer X dus 4 punten, zoals te zien in de 2e kolom van het blok ‘Boer X’. In de 3e  kolom staat de wegingsfactor zoals die geldt voor de betreffende KPI. Dat is ingesteld omdat in bijvoorbeeld waterwingebied de water-KPI’s zwaarder wegen dan in een ander gebied. In dit voorbeeld geldt voor de KPI broeikasgassen een wegingsfactor van 1. Waardoor het uiteindelijke aantal punten voor deze KPI uit komt op 4. Alle 11 KPI’s opgeteld komt Boer X uit op totaal 24 punten. Nu geldt een beloningsvrije voet van 22 punten. Die is ingesteld omdat de waarde van de nulmeting, het startpunt zeg maar (zie voorgaande vraag), staat voor 2 punten per KPI. Bij totaal 11 KPI’s is dat dus 22 punten. Pas bij een totaalscore daarboven heeft Boer X duurzaamheidsstappen gezet ten opzichte van het startpunt, waarvoor hij beloond wordt. In dit voorbeeld resteert dan een beloning van 2 punten per ha. Vermenigvuldigd met het aantal hectares (hier 75 ha), betekent dat een totaal van 150 beloningspunten. Op deze manier kan een boer maximaal €9500 per jaar ontvangen. Waarbij hij of zij sowieso een deelname vergoeding krijgt van €500 per jaar. Het beloningsbedrag valt onder de de-minimis regeling van de EU, waardoor het niet wordt aangemerkt als staatssteun. Rekenvoorbeeld beloningssystematiek 2026

De KPI’s zijn berekende waarden. Wordt er daarnaast in het gebied ook gemeten?

Dat kan: het is uiteindelijk aan de Boerenraad en de Markeraad om dat samen af te spreken. Dat is bijvoorbeeld de wens van de drie waterschappen in Doelsturing Melkveehouderij Gelderland. Zie het verhaal van Ton Drostvan Waterschap Rivierenland of dat van Ellen Besseling van waterschap Rijn en IJssel.

Wat vindt de politiek van het Markemodel?

In het coalitieakkoord van de huidige minderheidsregering staat dit:

De rijksoverheid stelt een duidelijke, landelijke aanpak voor en reductiedoelen voor stikstof, CO2 en water. In een gebiedsgerichte aanpak worden, in overleg met de provincies, specifieke doelen per gebied vastgesteld, en zodra dat mogelijk is ook per bedrijf. Door deze doelsturing krijgt elke boer duidelijkheid over hoeveel het bedrijf mag uitstoten en komt zo zelf aan het stuur.

In het debat over de regeringsverklaring donderdag 12 maart 2026 verklaarde premier Rob Jetten dat hij ‘zo snel mogelijk terug wil naar de gebiedsgerichte aanpak. En dat zal betekenen dat je soms rondom bijvoorbeeld de Veluwe iets anders gaat doen dan wat je in het noorden van het land doet. We moeten voorkomen dat we eindeloos in abstracte en generieke discussies blijven hangen of eindeloos over percentages blijven discussiëren’, zo vervolgde Jetten. ‘We moeten zo snel mogelijk naar heel gerichte maatregelen, met als doel een goede instandhouding van de natuur en helderheid voor de agrarische sector die in die regio werkzaam is.’

 

Bovendien ligt er een motie Holman-Vedder uit de vorige kabinetsperiode, door een Kamermeerderheid aangenomen, die de regering oproept het Markemodel als sturingsmodel op te schalen. Op de dag van de dealdialoog Doelsturing Melkveehouderij Gelderland (23 maart 2026), is op het erf van DMG Boerenraadslid William Nillisen in Groesbeek een Manifest overhandigd aan LVVN-minister Jaimi van Essen. Onder de titel ‘Aan de slag! De transitie in de landbouw versnellen vanuit draagvlak en vakmanschap’, werd daarin een beroep gedaan op de regering samen met het Markemodel te werken aan een aanzienlijke versnelling op het terrein van doelsturing.

 

Het Markemodel getoetst in de praktijk

Het Markemodel heeft veel potentie als innovatief sturingsmodel voor de verdere verduurzaming van de landbouw. Dat heeft de GLB-pilot in de gebieden rondom Winterswijk en ’t Klooster wel bewezen. Boeren kunnen met de juiste ondersteuning en beloningen resultaten boeken die bijdragen aan maatschappelijke doelen.

Bekijk de resultaten

Uitrol Gelderland: aan de slag in vijf gebieden met 150 melkveehouders

Het Markemodel groeit: de stap is gemaakt van lokale pilotgebieden naar een provincie brede aanpak. In vijf Gelderse regio’s gaan we aan de slag met gebied specifieke uitdagingen op het gebied van land, water en lucht. Ontdek hoe we samen met boeren en partners de volgende fase van gebiedsgerichte doelsturing realiseren.

Volg de ontwikkelingen