Erika Stokkers en Marcel Klein Kranenbarg, melkveehouders in Eibergen
‘We creëren samen bewegingsvrijheid. Waarbij er niet één manier is om doelen te halen en we van elkaar kunnen leren.’
Marcel en Erika wonen in Eibergen en zijn deelnemer aan DMG in de regio Haarlo/Olden Eibergen. Ze hebben een melkveebedrijf met 90 melkkoeien op 46 ha droogtegevoelige zandgrond.
‘We creëren samen bewegingsvrijheid. Waarbij er niet één manier is om doelen te halen en we van elkaar kunnen leren.’
Waarom doen jullie mee aan Doelsturing Melkveehouderij Gelderland?
Marcel: Met DMG kunnen we kijken waar we ons bedrijf qua duurzaamheid nog kunnen verbeteren. Waar we nog bij kunnen sturen. De duurzaamheidsnormen worden steeds strenger. Dat kunnen we afwachten, maar beter is om er samen in een gebied mee aan de slag te gaan.
Erika: Ik zie het als een leerproces. Waarbij je fouten kunt en mag maken. Als het op termijn maar leidt tot een duurzamere bedrijfsvoering. Meedoen aan DMG betekent voor mij dan ook dat je mee voorop loopt in die verdere verduurzaming. Daarbij krijg je ook begeleiding. Heel belangrijk want bedrijfsblindheid ligt altijd op de loer.
Deelname aan DMG helpt in bijsturen zeg je. Wat bedoel je?
Marcel: Qua bodem bijvoorbeeld: wat is er nog te halen als we de input verder verlagen. De zandgrond hier is extreem droogtegevoelig. Water is bij ons snel de beperkende factor. Bijvoorbeeld in 2022 hebben we maar 2x kunnen maaien en dan heb je maar een opbrengst van 5500 kg ds/ha. We proberen de bodem te verbeteren, op een perceel van bijna 5 hectare hebben we klei toegevoegd. En twee jaar geleden hebben we een potstal voor de droge koeien gebouwd. De vaste mest kunnen we t.z.t. op het grasland verspreiden wat goed voor de bodem(vruchtbaarheid).
DMG staat voor Doelsturing Melkveehouderij Gelderland. Waarom is doelsturing goed?
Erika: Met het Markemodel werk je met melkveehouders en verschillende partijen samen aan doelstellingen. In een proces waarbij gebiedspartijen aangeven wat ze willen. En wij als boer aangeven wat kan en realistisch is.
Marcel: Je praat met elkaar over de haalbaarheid van doelen. Niet over elkaar, maar met elkaar. Elk gebied is anders. Hier hebben we te maken met droogtegevoelige zandgrond, dat vraagt om een andere aanpak dan gebieden met andere grondsoorten. Als het lang droog is wordt de zode slecht, krijgen onkruiden een kans en dan moet ik wel spuiten. Dat bedoel ik met dat gebiedsgerichte: niet alles kan overal in gelijke mate. Binnen DMG houden we daar rekening mee, door bij een aantal doelen met driejarig gemiddelden te gaan werken en dat is heel goed.
Wat is in jullie gebied dan de belangrijkste uitdaging, kijkend naar de KPI’s en streefwaarden?
Erika: Onze regio ligt in een waterwingebied en de beschikbaarheid van water is op zandgrond erg belangrijk. De kpi’s die weersafhankelijk zijn, zijn daarom een grote uitdaging, zoals stikstofbodemoverschot en de milieubelastingspunten. Onze startwaardes van de groene kpi’s zijn nog niet vastgesteld.
Welke verwachtingen hebben jullie van DMG?
Erika: Dat we samen bewegingsvrijheid creëren. Geen generieke doelen, maar onderbouwd en in de praktijk laten zien dat er ook andere wegen bewandeld kunnen worden om doelen te halen. Er is niet één weg, één afslag. Linksom, rechtsom of andere richtingen: het kan allemaal, mits we maar onderbouwd en geborgd laten zien dat het ook de juiste weg is die je kiest. We willen toch allemaal het beste voor ons land en voor ons gebied! Het zou fijn zijn als de overheid dat gaat inzien en erop durft te vertrouwen dat elk gebied zijn eigen aanpak heeft. Zodanig dat we samen blijvend (werk)plezier hebben en houden, ieder in z’n eigen gebied!