Pieter Rijzebol, senior adviseur voedsel provincie Gelderland

‘Wij maken maatschappelijke doelen concreet op bedrijfsniveau’

Pieter is namens de provincie Gelderland vanaf het begin betrokken bij het Markemodel. Eerst met de GLB pilot in de gebieden rondom Winterswijk en ’t Klooster. En nu binnen DMG.

lees verder

Pieter Rijzebol, senior adviseur voedsel provincie Gelderland

‘Wij maken maatschappelijke doelen concreet op bedrijfsniveau’

Jij bent enthousiast over het Markemodel: waarom?

Het is toekomstgericht. Omdat het een progressieve werking heeft in de tijd. Je werkt met elkaar aan steeds betere milieuprestaties. Dat lukt omdat het overlegmodel ervoor zorgt dat we samen aan tafel zitten. Dat schept een vertrouwensband.

Samen, vertrouwen: heb je daar nu een sturingsmodel voor nodig?

Ja, want we praten niet vrijblijvend met elkaar. We hebben het over maatschappelijke doelen die we samen willen bereiken. De 150 boeren die meedoen aan DMG hebben gezegd: ieder op onze eigen manier gaan we ervoor zorgen dat de afgesproken gebiedsdoelen halen. Het mooie van DMG is dat het gebiedsgericht is georganiseerd. Wat er ook voor zorgt dat boeren onderling leren van elkaar.

Als provincie zijn jullie ook betrokken bij andere gebiedsprocessen. Hoe verhouden die zich tot DMG?

DMG onderscheidt zich van veel andere gebiedsprocessen doordat we aan de voorkant concrete afspraken kunnen maken met boeren. Daarbij maken we gebruik van de landelijke set aan KPI’s. Daarmee kunnen maatschappelijke doelen concreet gemaakt worden in X kilo van dit, Y% van dat. Dan weten boeren waar ze aan toe zijn. En kunnen hun vakmanschap inzetten om er aan te werken. En dan maakt het mij niet uit hoe die doelen worden gehaald, áls ze maar worden gehaald.

Hoe lastig is het om die gemeenschappelijke doelen vast te stellen? Er zijn toch verschillende belangen?

Het is best wel lastig om doelen concreet te krijgen en het dan met elkaar eens te worden over hoe het gaat werken. En hoe werken de KPI’s in het geheel van wat markt en overheden doen? We sluiten aan bij de landelijke KPI set. Laten we samen zorgen dat die set gaat toewerken naar één taal voor mark en overheden, zodat boeren maar één keer de administratie hoeven in te vullen.

Boeren die meedoen krijgen een financiële beloning, afhankelijk van de mate waarin ze de KPI- streefwaarden halen. Dat is mooi, maar op de totale begroting van een gemiddeld melkveebedrijf is dat niet zoveel. Veel liever zien ze extra beleidsruimte voor hun inspanningen. Hoe zie jij dat?

Ik snap dat heel goed en ik zie DMG, het Markemodel dan ook als een manier om meer en vooral ook langjarig bewijslast  te verkrijgen. Als bewijslast om op termijn mogelijk iets te organiseren met betrekking tot meer beleidsruimte. In de GLB-pilot werkten we met 35 boeren rondom Winterswijk en ‘t Klooster. Nu werken we met bijna 150 boeren binnen DMG, die samen 8000 ha vertegenwoordigen. Dat is ongeveer 5% van het totale aantal melkveehouders in Gelderland. Dus ik zou het geweldig vinden als we DMG snel zouden kunnen uitbreiden. Als ons dat lukt, gaan we echt stappen zetten samen in verduurzaming van de landbouw.

Dat is toekomstmuziek. Wat heb ik er als boer morgen aan, los van de financiële beloning?

We maken maatschappelijke doelen concreet op bedrijfsniveau. En je krijgt als boer een breder dashboard. Niet alleen met metertjes die de financiële snelheid en het toerental aangeven. Maar ook metertjes die de effectiviteit van je managementmaatregelen op die maatschappelijke doelen aangeven. Als alle boeren bijvoorbeeld hun voerstrategie zouden aanpassen, heeft dat  meer impact op verlaging van de ammoniakuitstoot dan veel andere maatregelen. Dus ook op het weer mogelijk maken van vergunningverlening. Het is dus echt in het boerenbelang om hiermee gemotiveerd aan de slag te gaan. Om te laten zien hoe effectief het is om samen stappen te zetten in het realiseren van maatschappelijke doelen.

We leven best in een gepolariseerde samenleving. Hoe komt het dat jullie er binnen het Markemodel wel uitkomen?

Omdat we een veilige omgeving creëren met elkaar. En omdat we werken met mensen die wél iets willen.